OVER DIT EVENEMENT
Programma GZC 2026 — KHT
Poème Symphonique en Forme d'Ouverture
Paul Gilson (1865-1942)
In de actieve jaren van het leven van Gilson bestond er in België — buiten het operaorkest van de Munt — geen professioneel symfonieorkest. Wèl waren er grote en kleine fanfare- en harmonieorkesten in en rond de steden. De militaire muziekkapellen, waaronder de steeds groter en befaamder wordende Koninklijke Muziekkapel van de Gidsen, waren ook een instrument dat binnen bereik van de ambitieuze Gilson lag. Zo had hij al voor 1900 goede banden met de Gidsen en hun Kapelmeester Julien Simar.
Dit werk werd in 1900 gecomponeerd, maar heeft daarna 25 jaar in de kast gelegen, tot het t.g.v. 60e verjaardag van Gilson werd afgestoft en uitgevoerd door de Gidsen. Die waren intussen o.l.v. Arthur Prevost uitgegroeid tot een groot harmonieorkest met een modelbezetting van 85 muzikanten. Poème Symphonique heeft dus lang op haar creatie moeten wachten, maar het moet de moeite geweest zijn. Iedereen die bekend is met het oeuvre van F. Liszt en vooral R. Strauss hoort de invloed ervan op de jonge Gilson. Hij gebruikt beperkt melodisch materiaal met voortdurend terugkerende kernachtige ritmiek en ver doorgedreven chromatiek, iets wat we ook terugvinden in de symfonische gedichten van Strauss en Liszt.
I Shall Love But Thee
Jan Van der Roost (°1956) — Sopraan Kelly Poukens
Jan Van der Roost werd geboren in 1956, wat betekent dat hij dit jaar zijn 70ste verjaardag viert. De gelegenheid bij uitstek om een werk uit zijn omvangrijk repertorium ten gehore te brengen en hem ook uit te nodigen voor dit concert. Welkom, Jan!
I Shall Love But Thee werd gecomponeerd naar aanleiding van het huwelijk van Jans jongste zoon. Origineel is het werk geschreven voor sopraan en kamerorkest, maar het sloeg zodanig aan dat het later op verzoek van K.F. Kempenbloei uit Achel in een fanfareversie werd gegoten. Sinds de succesvolle uitvoering van het liefdeslied tijdens het WCM 2017, is het een enorme hit geworden en volgden er nog een harmonie- en brassbandversie, eveneens van de hand van de componist.
De gebruikte teksten zijn van William Shakespeare (Sonnet 18 en een citaat uit Hamlet) en de muzikale stijl refereert naar Henry Purcell en Georg Friedrich Händel.
Kelly Poukens, geboren en getogen in Maaseik, is het best te omschrijven als een interdisciplinaire artieste met een brede artistieke blik. Als sopraan ligt haar hart bij de opera, maar ook in het muziektheater, lied en modern solorepertoire voelt deze expressieve zangeres zich thuis. In 2023 werd ze zelfs geselecteerd als een van de vier Belgische finalisten voor de Koningin Elisabethwedstrijd. Kelly is vast verbonden aan het Vlaams Radiokoor.
Finale uit Symfonie 8
Anton Bruckner (1824-1896)
In zijn jonge jaren leerde de Oostenrijkse Anton Bruckner piano, viool, orgel en compositie. Vooral deze laatste twee competenties zouden door kruisbestuiving leiden tot de typische orgelklank in zijn symfonieën. Anton Bruckner was een diepgelovig en ietwat zonderling figuur, die bovendien een dwangmatige neiging had om alles te tellen (stappen, maten, bladeren aan een boom, leestekens, enz.) Zijn perfectionistische aard heeft hem ook bewogen om vele diploma's te behalen vooraleer hij de stap zette om te componeren. Pas op zijn 40ste verscheen zijn eerste mis en symfonie. Het waren echter meesterwerken die het publiek nog niet echt begreep. In de daaropvolgende decennia heeft Bruckner hard moeten opboksen tegen felle kritiek (o.a. van J. Brahms) en heeft hij amper dirigenten gevonden die zijn muziek wilden brengen. Dit maakte hem erg onzeker en is dan ook de directe oorzaak van de vele herwerkingen van zowat al zijn symfonische muziek. Het is pas in zijn later leven dat Bruckner ware erkenning mag ontvangen. In 1884 zorgt de triomfale wereldpremière van zijn 7e symfonie voor de langverwachte grote doorbraak.
De 8ste Symfonie behoort vandaag de dag tot het ijzeren repertoire. Het is een van de complexere werken van de meester en de laatste symfonie die hij zelf volledig afwerkte. Omdat Bruckner bleef nadenken en herwerken, bestaan er nog steeds meerdere versies van die de concertpodia bereiken.
Toon Rutten en Jean Cosemans maakten van de finale van dit monumentale werk een nieuw arrangement voor ons orkest.