Er is één werk dat u dit seizoen niet kunt missen. Niet omdat het harder klinkt dan de rest, maar omdat het op alle vijf onze concerten staat: in oktober in Heel, in januari in Maaseik, in maart in Kinrooi en twee keer in mei. Vijf keer hetzelfde stuk, in vijf verschillende zalen, met vijf verschillende programma's eromheen.
Het heet Voyage initiatique — initiatiereis. En over dat werk moeten we u meteen iets bekennen: wij weten niet wanneer het voor het eerst is uitgevoerd.
Daar komen we aan het eind van dit stuk op terug.
Een Fransman met twee Limburgse adressen
De componist is Alexandre Kosmicki, geboren in 1978 in Noord-Frankrijk. Hij begon als klarinettist en haalde een gouden medaille aan het conservatorium van Douai. In 1999 won hij de prijs van de stad Parijs voor muziekanalyse en werd hij toegelaten tot het Conservatoire National Supérieur in Parijs, waar hij op zijn zesentwintigste vertrok met vier eerste prijzen op zak: harmonie, contrapunt, fuga en orkestratie.
Daarna koos hij voor de militaire muziek. In 2005 slaagde hij voor het concours van militair kapelmeester; hij werkte in Metz, Brest en Toulon. Sinds september 2023 is hij chef van de Musique de la Marine nationale, het orkest van de Franse marine, met zesenzeventig beroepsmusici. Vorig jaar kreeg hij een eervolle vermelding bij de Franse prijs voor muziekcreatie van de krijgsmacht. Zijn eigen samenvatting daarvan: "La création, c'est l'avenir."
Zo iemand verwacht u niet meteen in Midden-Limburg. En toch schreef Kosmicki in 2020 twee werken in opdracht van deze streek. Het ene voor Adams in Thorn, ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van dat bedrijf. Het andere is Voyage initiatique, geschreven voor Harmonie Sint Agnes Bunde, voor haar honderdjarig bestaan.
Opgedragen aan een dirigent gedurende zevenenveertig jaar
Dat tweede werk draagt een opdracht: aan Jacques Claessens.
Claessens stond in 2020 al eenenveertig jaar voor Sint Agnes. Hij begon er in 1979 en droeg het stokje pas in 2026 over — zevenenveertig jaar, de langstzittende dirigent in de geschiedenis van die vereniging. Van 1982 tot 2006 was hij lid van de Marinierskapel der Koninklijke Marine. In 2019 werd hij Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, en afgelopen zomer ontving hij de Marsna Erepenning van de gemeente Meerssen.
Een toeval dat we alleen vermelden omdat het zo mooi rond is: een werk geschreven door de chef van de Franse marinemuziek, opgedragen aan een man die vierentwintig jaar bij de Nederlandse marinierskapel speelde. Of dat bij de opdracht een rol heeft gespeeld, weten we niet. Maar het staat er wel.
Wat u hoort
Het werk is één doorlopend deel van ongeveer veertien minuten, en het valt uiteen in duidelijk herkenbare etappes.
Het begint warm en laag: bugel en saxofoon, die uitmonden in een wals met een lichte nostalgie eroverheen. Daarna neemt het hele orkest het over in een brede, opklimmende passage. En dan draait het stuk halverwege om. Er volgt een langzaam gedeelte dat de Franse recensent Patrick Péronnet omschreef als "een bijna religieuze verstilling", met een zacht weemoedig gezang van hobo, fluit en klarinet.
Kort daarna komt het moment dat ons het meest is bijgebleven bij het instuderen: een litanie van de althobo die in zichzelf blijft ronddraaien, alsof iemand hardop dezelfde gedachte herhaalt zonder eruit te komen. En dan, alsof er een knop wordt omgezet, keert de latin-jazzritmiek terug — met een knipoog naar West Side Story.
Péronnet vatte het compositorische streven samen in één zin: "L'orchestre cherche sa propre personnalité." Het orkest zoekt zijn eigen persoonlijkheid.
En waar gaat die reis dan over?
Hier moeten we opnieuw eerlijk zijn. Kosmicki heeft nooit publiekelijk uitgelegd wélke reis hij bedoelt. Esoterisch, mythologisch, autobiografisch — de uitgever geeft geen toelichting en de componist zelf evenmin.
Wat wél vaststaat is wat een initiatiereis is: een tocht waarvan je als een ander mens terugkomt dan je vertrok. En als u dan bedenkt dat dit werk vijf keer klinkt, telkens in een andere zaal en voor een ander publiek, dan doet ons orkest precies wat de titel beschrijft. In oktober speelt u het als een groep die het net kent. In mei speelt u het als een groep die er doorheen is gegaan. Het zijn dezelfde noten. Het is niet hetzelfde stuk.
Wij zoeken een datum
En dan die bekentenis van het begin.
Van vrijwel elk werk op onze programmering is de première tot op de dag gedocumenteerd. Glinka: 9 december 1842, Sint-Petersburg. Grainger: 7 maart 1937, Milwaukee. Suk: 18 april 1905, Praag. Zelfs van een stuk dat tweeënzeventig jaar zoek is geweest, weten we wanneer het weer klonk: 18 juni 1967, Aldeburgh.
Maar van Voyage initiatique staat nergens wanneer het voor het eerst heeft geklonken. Geen datum, geen zaal, geen dirigent. Aannemelijk is een jubileumconcert van Sint Agnes in 2021 of 2022 — maar aannemelijk is niet hetzelfde als geweten, en wij zetten liever niets in ons programmaboekje wat we niet zeker weten.
Wie weet wanneer dit stuk voor het eerst klonk?
Van bijna elk werk op ons programma kennen we de premièredatum tot op de dag. Van dit werk niet. En dat zit ons dwars.
Was u erbij toen Harmonie Sint Agnes Bunde Voyage initiatique voor het eerst uitvoerde? Of kent u iemand die het weet — een muzikant, een bestuurslid, iemand met een oud programmaboekje in een la? Laat het ons weten in de reacties. We nemen uw tip op in het artikel, met naam en toenaam als u dat goedvindt.
Reacties
0 reacties