Heel is geweest. Dank u wel — voor de volle zaal, voor de reacties, en voor het feit dat u negen weken lang elke woensdag bent blijven lezen.
Vanaf vandaag kijken we vooruit.
Op zondag 10 januari 2027 staan wij in Cultuurcentrum Achterolmen in Maaseik voor ons nieuwjaarsconcert. Tien woensdagen scheiden ons daarvan, en net als de vorige keer krijgt u ze allemaal: elke week één werk, en eerlijk over waar het vandaan komt.
Maar deze reeks is anders dan de vorige. De vorige ging over mensen die muziek ergens vandaan haalden — verzamelaars, bewerkers, een man met een fonograaf. Deze gaat over afstand.
Want kijkt u eens waar dit programma u mee naartoe neemt.
De route
Sint-Petersburg, 1842. Het concert opent met de ouverture bij Glinka's opera Ruslan en Ljoedmila — naar het sprookjesgedicht van Poesjkin. De opera zelf viel bij de première koel; het publiek van Sint-Petersburg had net de smaak van de Italiaanse opera te pakken, en een jaar later moest het Russische gezelschap uit het Bolsjoj Kamennytheater vertrekken om plaats te maken voor een Italiaans ensemble. De ouverture overleefde dat allemaal en is vandaag een van de beroemdste openers die er bestaan. Vijf minuten, en iedereen gaat voluit — bij de contrabassen is de partij zelfs berucht.
Kassel, juni 1884. Daarna wordt het stil. Een jonge Gustav Mahler schrijft toneelmuziek bij zeven levende tableaus naar Scheffels Der Trompeter von Säckingen, en het openingsstuk daarvan heet Ein Ständchen am Rhein — een serenade aan de Rijn. Die serenade gebruikt hij later opnieuw, als tweede deel van zijn Eerste symfonie. Het klonk zo in Boedapest in 1889, in Hamburg in 1893 en in Weimar in 1894 — en daarna haalde Mahler het eruit. Het verdween.
Tweeënzeventig jaar lang.
In 1966 vond de Engelse musicoloog Donald Mitchell het terug in de Osborn Collection van Yale, in een afschrift van de Hamburgse versie. Benjamin Britten dirigeerde in 1967 de eerste moderne uitvoering, op het festival van Aldeburgh. Sindsdien heet het deel Blumine: een korte, lyrische serenade voor klein bezet orkest, met een trompetsolo die van heel ver lijkt te komen.
Banff, Canada. Dan het bergmeer. In Banff National Park ligt Lake Minnewanka, en die naam betekent in het Nakoda "water van de geesten". Er gaan verhalen over een meerman die er gezien zou zijn. De Amerikaanse componist Nathan Daughtrey las die verhalen, kwam via zijn onderzoek uit bij een tweeduizend jaar oude Romeinse mythe, en schreef Water Spirits — niet voor één solist, maar voor zeven. De voltallige slagwerkgroep staat bij dit stuk voorop. Geschreven in 2019, in opdracht van een school in Calgary, en voor het eerst gespeeld op 12 juni van dat jaar.
En dan nog twee. Er staat een bigbandstuk op het programma dat regelrecht uit een tekenfilm is gelopen — dat verhaal is te mooi om hier in drie regels af te doen, dus dat krijgt een eigen aflevering.
En aan het eind klinkt iets wat in Wenen te gewaagd werd bevonden.
Waarom dit een reis is
Zet die plaatsen eens op een rij: Sint-Petersburg, de Rijn, een meer in de Canadese Rocky Mountains, een tekenfilmstudio, en als laatste Caracas.
Dat is geen willekeurige greep. Het is wat er gebeurt als muziek gaat reizen — en muziek reist altijd verder dan de mensen die haar maken. Glinka's ouverture overleefde de opera waar ze bij hoorde. Mahlers serenade overleefde zijn eigen besluit om haar weg te gooien. Een Nakoda-naam voor een meer belandde via Ovidius bij zeven slagwerkers in een Canadese schoolaula. En een Weense polka ging, honderdvijftig jaar na dato, de wereld rond vanuit Zuid-Amerika.
Vijf nieuwe werken, vijf werelden, één middag in Maaseik.
En voor wie in Heel was: twee bekenden komen mee. Voyage initiatique van Kosmicki staat op al onze vijf concerten van dit seizoen, en Grainger's Lincolnshire Posy hoort u op 10 januari voor de tweede en laatste keer. Als er één reden is om die negenenvijftig maatsoortwisselingen nog eens te gaan horen, dan is het deze: de tweede keer luistert u anders dan de eerste.
Waar beginnen we?
Tien woensdagen, vijf nieuwe werken en twee bekenden. De volgorde ligt niet vast — u kiest waar we volgende week mee beginnen.
Volgende week woensdag leest u het werk dat hier bovenaan eindigt. Zo simpel is het.
Volgende week: waarom een opera die het publiek koud liet, toch de beroemdste vijf minuten van de negentiende-eeuwse Russische muziek opleverde — of iets heel anders, want dat ligt aan u.
Reacties
0 reacties